10 geboden bij ontwerp en bouw van een Yard

Rangeren op de yard
Rangeren op de yard

Vertaald uit het Engels, van Craig Bisgeier, klik hier voor zijn engelse pagina.

De in dit stuk beschreven ideeën zijn erg gebaseerd op het amerikaanse rijden met engineers, conductors, yard masters, etc. Ik ben er echter van overtuigd dat ze ook van toepassing kunnen zijn bij de aanleg van rangeerterreinen op europees georiënteerde banen.

Inhoudsopgave

  • Voorbeeld van een rangeerterrein (Yard)
  • Wat voor yard modelleren we?
  • De tien geboden van yard ontwerp
    • 1. Gij zult het hoofdspoor niet vervuilen
    • 2. Gij zult een speciaal uithaalspoor per yard aanleggen
    • 3. Gij zult het uithaalspoor niet ijdel gebruiken
    • 4. Gij zult aankomst en vertrek sporen gebruiken
    • 5. Gij zult een spoor maken voor remwagens
    • 6. Gij zult een inhaalspoor maken
    • 7. Gij zult overal bij kunnen
    • 8. Gij zult extra sporen maken
    • 9. Gij zult de yard niet te druk laten worden
    • 10. Gij zult de yard gemakkelijk te bedienen maken
  • En hoe zit dat met dubbelsporige ontwerpen?
  • Laatste gedachten

Voorbeeld van een rangeerterrein

Onderstaande afbeelding is klikbaar. Het kan handig zijn om de afbeelding af te drukken voordat je het artikel verder leest. Het voor je hebben van de tekening helpt bij de bespreking en uitleg van sommige van de wat moeilijkere onderwerpen. In dit geval geldt zeker dat een plaatje meer zegt dan duizend woorden…

Website_Yard_Voorbeeld

Yard of rangeerterrein? – Omdat dit een vertaling is van een amerikaanse pagina worden ‘yard‘ en ‘rangeerterrein‘ door elkaar gebruikt. De principes zijn in beide toepasbaar.

Een van de dingen die het vaakst in model wordt gebouwd – en die vaak verkeerd wordt begrepen – is het rangeerterrein (vanaf hier zal ik het woord yard gebruiken, dat typt wat korter 😉 Bijna iedereen heeft er wel een op zijn baan, of het nou een eenvoudige is voor het parkeren van materieel, of als een echt element om mee te werken / spelen. Jammer genoeg werken ze vaak niet echt goed. Dezelfde algemene ontwerpfouten worden keer op keer gemaakt door beginners, maar ook door meer gevorderde modelspoorders. We hoeven onszelf dit niet kwalijk te nemen, omdat goede informatie over het ontwerpen van een yard erg moeilijk te vinden is. Zelfs wanneer de hobbybladen het een keer bij het juiste eind hebben, duurt het nooit lang en je mist maar zo de uitgave waar dit belangrijke onderwerp in stond. Vaak zie je hele slechte voorbeelden, (zoals de Timesaver) die keer op keer gepubliceerd worden in de hobbybladen, zonder commentaar, en daarom worden geaccepteerd door iedereen die niet beter weet over goed yard ontwerp.

Dus, goede informatie over yard ontwerp zijn voor de meesten zeer moeilijk te vinden, omdat de briljantjes die er zijn goed verstopt zijn op de meest wilde plaatsen, zoals boeken en tijdschriften die niet meer worden gedrukt / uitgegeven, in speciale uitgaven, en zelfs door middel van mond tot mond overdracht van ervaren modelbouwers. Niet veel modelbouwers hebben toegang tot deze informatie. Wat nodig was, was een goede plek, waar deze informatie kon worden samengebracht, opgeslagen en bijgehouden als een alles (nou ja, zoveel mogelijk) omvattende bron van informatie over dit onderwerp. Mijn hoop is dat dit die bron van informatie voor je kan zijn.

Let op: Voor het merendeel zijn de ideeën die hier worden besproken niet van mij, maar van ervaren modelspoorders die ik heb gesproken, of waar ik mee heb gecorrespondeerd. Zelfs zijn er wel ideeën bij die uit de vierde of zelfs vijfde hand komen. Het is dus erg lastig om iedereen te bedanken, dus ik bedank de gemeenschap als geheel dat men deze kennis met ons wil delen.

Een classification yard
Een classification yard

Wat voor yard modelleren we?

De goed opgevoede student in yard ontwerp zal zich realiseren dat er net zoveel soorten yards zijn als soorten werk. Het gaat van kleine met onkruid overgroeide lijntjes waar het hoofdspoor de enige aanvoer is, tot industriële complexen, bijvoorbeeld bij grote op- en overslag bedrijven tussen spoor en weg, of tussen spoor en water, of een combinatie van die beide. Van speciale passagiersrijtuigen yards waar deze rijtuigen tussen diensten door worden gestald en onderhouden, tot grootindustriële yards bij bijvoorbeeld hoogovens en havenbedrijven, die vele vierkante kilometers beslaan. Ieder van deze soorten is verschillend van vorm en is ontworpen om die dingen te doen die voor het specifieke karwei nodig zijn.

De regels hieronder gelden primair voor yards waarop treinen worden geclassificeerd (classification yards).

Classificatie in deze context is het proces waarin wagons worden gesorteerd naar een of meer bestemmingen. Dit is het meest voorkomende type yard op modelspoorbanen, en het is ook de leukste om mee te werken — als hij tenminste goed is ontworpen.

Mocht je geïnteresseerd zijn in een ander type yard, dan gelden sommige, of misschien zelfs wel alle regels hieronder niet of niet helemaal. Je wordt als ontwerper gewaarschuwd het doel en de werking van je yard goed te overwegen, en ook wat je er van verwacht.

De hier gegeven “tien geboden” moeten worden gebruikt om het ontwerp te sturen en te inspireren, niet om ze blind toe te passen. Met andere woorden: lees de regels, zorg dat je begrijpt waarom ze worden gegeven, en pas de kennis die je dan hebt, toe op je eigen specifieke situatie zoals je zelf denkt dat het het handigst is. Het sluiten van compromissen is onvermijdelijk. Als je dit allemaal voor elkaar krijgt, dan zal het resultaat een goed ontwerp zijn.

Voordat je begint, lees eerst dit stuk over Compressie.

De tien geboden van yard ontwerp

1. Gij zult het hoofdspoor niet vervuilen

De meeste modelspoorders beschouwen het hoofdspoor niet als onderdeel van de yard, maar het is het nelangrijkste onderdeel ervan. Het hoofdspoor is de levensader als het ware het bloed vervoert waar de spoorweg van leeft, passagiers en vracht. En net als in de levensadres van levende wezens, als de adres verstopt raakt veroorzaakt dit grote problemen. In het grootbedrijf doet men alle moeite om het hoofdspoor  vrij te houden, en dat moeten wij in ons ontwerp ook doen. Om die reden moeten we bij ons ontwerp zeer goed rekening houden met dit eerste gebod boven alle andere. In het ideale geval heeft het hoofdspoor slechts twee wissels die naar de yard leiden, een aan elke kant. Deze wissels worden alleen gebruikt wanneer complete treinen de yard binnenkomen of verlaten. Het belang van deze regel kan niet genoeg worden benadrukt.

Als gezegd, er zijn uitzonderingen. Zelfs op dit eerste gebod. Als je bezig bent met het ontwerp van een zeer rustig spoorlijntje met een yard aan het einde ervan, dan is het niet altijd nodig om het hoofdspoor altijd vrij te houden. Alle treinen moeten dan rijden op zo’n manier dat ze te allen tijde op zichtafstand kunnen stoppen. In deze gevallen kan het hoofdspoor zelfs als uithaalspoor (zie gebod nummer 2) worden gebruikt. Zoals met alles: gebruik gezond verstand.

 

2. Gij zult een speciaal uithaalspoor per yard aanleggen

Na het hoofdspoor, is het uithaalspoor het tweede belangrijke spoor in de yard. Het is de ruggengraat van de yard, het is het spoor waar alle sporen op uit komen. De rangeerloc moet altijd in staat zijn om op ieder ander yard spoor te komen met een enkele voorwaartse beweging, en om terug te keren naar het uithaalspoor in een enkele achterwaartse beweging. Om die reden moeten zoveel mogelijk wissels vanaf het uithaalspoor worden gepland met het hartstuk in de richting van het uithaalspoor.

Uithaalspoor – Zonder uithaalspoor moet voor elke rangeerbeweging het hoofdspoor worden gebruikt. Niet handig!

Wat maakt dat nou uit, hoor ik je vragen? Denk met me mee. Ieder spoor dat je andersom legt, namelijk met het hartstuk van het uithaalspoor af, vergt dat je in plaats van één, twee bewegingen moet maken, en dat de rangeerloc moet omlopen om weer aan de “goede” kant van de te rangeren trein uit te komen. Op zijn minst vergt dit twee extra bewegingen (vertraging), beperkte toegang tot die sporen waarop wordt gewerkt, en de kans op het hinderen van verkeer van en naar de andere sporen. De rangeerloc die aan het classificeren is, zou het uithaalspoor nooit hoeven te verlaten, en moet altijd maar aan één kant van de te classificeren wagons hoeven werken (de voorkant, de kant van het uithaalspoor).

Omdat de rangeerloc tijdens het classificeren de wagons van de yard af haalt en ze weer terug plaatst, moet het uithaalspoor minstens zo lang zijn als het langste yard spoor. Alleen dan hoeft de rangeerloc nooit een stam wagons in twee keer te verplaatsen. Nu besef ik me dat het niet overal mogelijk is om een uithaalspoor van de volle (juiste) lengte aan te leggen, maar het is wel een belangrijk doel om naar te blijven streven. Geloof me, je rangeerders zullen er blij mee zijn!

3. Gij zult het uithaalspoor niet ijdel gebruiken

Nu we duidelijk hebben dat we het hoofdspoor schoon en vrij houden, en we de rangeerloc zijn eigen spoor hebben gegeven om vanaf te werken, moeten we er voor gaan zorgen dat de rangeerders hun werk kunnen doen, ongeacht wat er allemaal om hen heen gebeurt. Om dat te garanderen moeten we het uithaalspoor in alle gevallen vrij houden. In het ontwerp moeten we er dan ook voor zorgen, dat we het uithaalspoor niet doorkruisen met wat voor andere sporen dan ook. Dit stoort het rangeren en is dus ongewenst! Wanneer we dat wel toestaan (ontwerpen) zal dat altijd tot ongemak, ergernis en vertraging zorgen. We kunnen dit misschien niet altijd voorkomen, maar deze regel vanaf het begin in het hoofd houden maakt het misschien mogelijk het ontwerp goed te maken.

4. Gij zult aankomst en vertrek sporen gebruiken

Goed, als we het hoofdspoor niet (onnodig) mogen gebruiken, en we mogen het uithaalspoor ook niet gebruiken om treinen de yard in en uit te rijden, hoe gaan we dan in vredesnaam treinen binnen krijgen of klaar zetten voor vertrek? Hiervoor ontwerpen we een speciaal daarvoor bestemd spoor of sporen, het aankomst spoor vertrek spoor (AV). AV sporen zijn zijsporen van het hoofdspoor met een verbinding naar de yard waar treinen opgesteld zijn en (opnieuw) samengesteld kunnen worden. De rangeerder moet in staat zijn om vanaf het uithaalspoor een wagon of een set van wagons of de hele niet-aangedreven trein, op te halen vanaf het aankomst of het AV spoor en deze direct, in een enkele beweging, naar het uithaalspoor te trekken. Of, om een wagon of een set wagons vanaf de yard op te halen en op het vertrek spoor of het AV spoor te plaatsen, ook met slechts twee bewegingen. De AV sporen mogen nooit worden gebruikt als extra yard of classificatie spoor! Dit is namelijk strijdig met hun functie als opstelspoor dat vanaf het hoofdspoor bereikbaar moet zijn. Het kan misschien best even goed gaan, maar zodra er een andere trein aankomt of je moet een andere trein samenstellen, dat gaat het mis en heb je vertraging.

Het spreekt voor zich dat je, afhankelijk van de drukte, bij voorkeur aparte aankomst en vertrek sporen moet hebben, en misschien van allebei wel meer dan een. Blijf er wel voor zorgen dat je ze allemaal vanaf het uithaalspoor in een enkele beweging kunt bereiken.

5. Gij zult een spoor maken voor remwagens

Of het nou een spoortje is met maar een wissel of een soort inhaalspoor met twee wissels, je hebt een plek nodig om je remwagens (of in US: cabooses) tijdelijk op te slaan terwijl je met classificeren bezig bent. Dat spoor moet wel goed en snel toegankelijk zijn. Je kunt een van de yard sporen benomen tot remwagen-spoor of caboose track. Of je kunt er voor kiezen om het af te takken vanaf het begin van het uithaal spoor of aan het begin van een AV spoor. Behalve dat dit spoor erg handig is, is het ook een prima plek om al je remwagens of cabooses ten toon te stellen… Al het een doodlopend spoortje is, dan zorg je er natuurlijk wel voor dat het hartstuk van de wissel richting het uithaalspoor ligt, weet je nog? – zie regel 2.

6. Gij zult een inhaalspoor maken

Ontwerp ergens op het uithaalspoor een korte inhaalspoor ter lengte van minimaal een of twee wagons. Dit maakt het mogelijk voor de rangeerder om even om een of twee wagons heen te rijden. Als je geen inhaalspoor heb kan het soms erg lastig zijn om een remwagon of caboose aan het einde van een vertrekkende trein te krijgen zonder de hele trein even het remwagenspoor op te duwen. In het grootbedrijf zien we dat eigenlijk nooit. Een inhaalspoor is ook erg belangrijk in het geval van industriesporen in het bereik van de yard. Hoe langer en hoe meer inhaalsporen, hoe beter. Maar maak er in elk geval eentje!

7. Gij zult overal bij kunnen

Hey luister, ontsporingen gebeuren overal. Kan niet schelen hoe geweldig strak je je sporen hebt aangelegd, er is altijd wel een superlichtgewicht platte wagen die het nodig vindt om midden op je yard te ontsporen. Ook vormen S-bochten een heel boosaardig complot om je passagiersrijtuigen te laten ontsporen. Loc’s vallen stil op stukjes vuil spoor (ja dat gaat jou ook gebeuren!) of op wissels met geïsoleerde hartstukken. Geen van deze gebeurtenissen is echt een probleem, zolang je overal goed bij kunt, want dan zijn ze snel en gemakkelijk hersteld. Het echte probleem begint wanneer je sporen en wissels hebt ontworpen op plekken waar je er niet bij kunt. Een wissel ontwerpen op 90cm vanaf de rand van je baan lijkt geen probleem op papier, maar zodra je yard operationeel wordt in de echte wereld heb je wel een probleem en dan begint je hoofdpijn!

Bespaar jezelf die ellende en ontwerp je yard (en de rest van je baan ook trouwens) zo dat je overal makkelijk bij kunt. Zo tussen de 60 en 75cm is echt de uiterste limiet waar de meeste mensen bij kunnen en nog in staat zijn om dingen op te pakken. Veel verder dan dat en wagons die vooraan staan worden omver gekegeld, scenery wordt beschadigt, etc, etc. Als het toch nodig is om sporen aan te leggen die verder dan 75cm weg liggen, zorg er dan in elk geval voor dat de wissels binnen je bereik liggen, want dat zijn meestal de plekken waar de problemen optreden. En alleen omdat jij lang bent en er toch wel bij kunt is niet genoeg, misschien nodig je ook wel vrienden uit om samen te rijden, zij kunnen het dan wel schudden en dan ben jij degene die alle problemen moet oplossen. Ontwerp-hoogte is hierbij ook van belang, net als de verticale afstand bij meerlaagse ontwerpen. Plan voor succes!

Als je yard toch breder moet zijn, zorg dan voor een mangat, een ruimte waarin een operator kan staan. een breedte van 50-60cm is vaak al genoeg. Een yard operator blijft meestal op zijn plek staan, dus als hij onder de baan door op zijn plek moet komen is dat niet heel erg. Je kunt de yard dan in twee goed beheersbare delen splitsen, en met twee (teams van) operators meer werk verzetten.

Een pop-up (een deel van de scenery dat moet worden opgelicht om ergens bij te kunnen) is geen goede vervanging. Ontwerp je yard niet zo dat je dat nodig hebt om ergens bij te kunnen. Maak mangaten, zorg dat je er van twee kanten bij kunt om alles te bereiken, of maak je ontwerp anders.

8. Gij zult extra sporen maken

Een grotere classification yard
Een grotere classification yard

Sommige van de leukste bezigheden op een yard komen van de (werk) sporen die niet direct in het winstgevende gedeelte van het productieproces zitten. Te denken van aan RIP sporen (Repair In Place). Zo goed als iedere yard in het grootbedrijf heeft zo’n spoor of sporen, maar ze worden zelden in model ontworpen. Iedere dag komen er wel wagons of rijtuigen binnen die kleine reparaties nodig hebben. Gebroken of beschadigde koppelingen, versleten remmen, beschadigde of versleten wiellagers, versleten of gebroken luchtslangen, etc. Deze wagons gaan naar het RIP spoor, waar die probleempjes worden opgelost. Korte tijd later kunnen ze dan weer in gebruik worden genomen. Het is een mooi thema, omdat ieder type wagon of rijtuig er kan komen en er komt veel rangeerwerk bij kijken. Andere voorbeelden van extra sporen zijn opstelsporen voor sneeuwploegen, treinwrakken, schoonmaak installaties, etc. Al deze thema’s zijn prachtige levendige toevoegingen.

Als je een classification yard hebt gemaakt op een plek waar bijvoorbeeld bemanningen worden gewisseld zul je al snel merken dat veel locomotieven langere tijd in je yard doorbrengen – zeker als je in het stoomtijdperk rijdt. Of ze nou wachten op een nieuwe trein om weg te brengen, of hun broodnodige onderhoud ondergaan, of gewoon op stand-by staan, je hebt een plek nodig om ze uit de weg te kunnen zetten zodat ze de operatie niet hinderen. Deze sporen moeten direct vanaf de AV sporen te bereiken zijn zodat locomotieven snel en gemakkelijk weg kunnen uit het yard gebied. Aankleding kan bestaan uit watertorens, kolenbunkers, zandtorens, dieseltanks, slakkenputten en lopende banden, etc. Een werkplaats hoeft niet perse als je de ruimte daarvoor niet hebt. Laat de sporen gewoon totaan de rand lopen daar waar ze naar de werkplaats zouden lopen…

Als je meer dan een extra spoor hebt, concentreer de installaties dan aan een van de sporen — dat wordt dan het binnenkomende spoor. Loc’s krijgen hun onderhoud wanneer ze binnenkomen, niet wanneer ze vertrekken.

9. Gij zult de yard niet te druk laten worden

Alle yards hebben een bepaald maximum aan capaciteit dat maximaal met enig gemak kan worden afgehandeld. Wanner je over deze limiet gaat, dan loopt je yard snel vol en wordt hij onwerkbaar. Nu hebben alle yards drukke tijden wanneer er meer dan een trein tegelijk aankomt en de operators in korte tijd heel veel moeten doen. Een volgelopen yard wordt snel een flessehals, brengt de hele baan tot stilstand en leidt bij iedereen tot frustraties.

Een goede vuistregel om te berekenen is hoeveel wagons van gemiddelde lengte je in de eigenlijke yard (op de rangeersporen) kunt bergen op zo’n manier dat de wissels vrij biljven. Deel dat aantal door twee en je hebt een aardig getal voor de bovengrens van je yard capaciteit. Afhankelijk van je ontwerp kan het in de praktijk iets hoger og lager uitvallen, maar in het algemeen geldt: een yard die halfvol is, is vol. Wees niet bezorgd wanneer het af en toe eens gebeurt dat het aantal wagons over de grens heen gaat, zolang de rangeerchef op korte termijn wagons van de yard af kan krijgen hoeft dit niet noodzakelijk tot problemen te leiden. Pas als de bezetting doorlopend boven deze grens zit, wordt het tijd er iets aan te doen.

Hierboven hebben we gesproken over een statische bovengrens. Maar een yard is een dynamisch geheel, altijd in beweging. Er is een grens aan hoeveel wagons een rangeerder in een bepaalde periode kan afhandelen. Dat geldt zowel voor grootbedrijf als voor model. Als er in zo’n periode meer wagons binnenkomen dan kunnen worden afgehandeld verslechtert de situatie en wordt al snel onwerkbaar. Dit leidt tot een dynamische bovengrens, de hoeveelheid wagons die kan worden verwerkt in een periode.

10. Gij zult de yard gemakkelijk te bedienen maken

Tenslotte, laten we zeggen dat je alle voorgaande regels hebt gevolgd en voor jezelf een geweldige yard hebt ontworpen. Je bent het dan aan jezelf en aan anderen verplicht om er ook voor te zorgen dat de bediening ervan aan dezelfde hoge standaards voldoet. Eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen en te bedienen. De beste yard ter wereld zal niet worden gebruikt als niemand er achter kan komen hoe deze werkt. Hier zijn een aantal tips:

  • Zorg voor een groot bedieningspaneel, goed te lezen, schematisch en met gekleurde coderingen die duidelijk maken wat de functie van elk spoor is. Maak bijvoorbeeld de eigenlijke yard sporen wit, de AV sporen groen, etc. Zet labels in tekst bij alles wat anders niet duidelijk wordt. Maak fysieke scheidingen tussen sporen met verschillende functies om de verschillen te benadrukken.
  • Hou de uitwerking eenvoudig. Wanneer je bijvoorbeeld een hele engelsman neerlegt, waarbij beide tongen altijd tegelijk moeten worden bediend, zorg dan dat dat met een schakelaar gebeurt. Maak wisselstraten die met een of twee schakelaars kunnen worden bediend. “Maar is dat niet heel ingewikkeld om te maken?” hoor ik je vragen. Zeker, maar je rangeerders zullen er heel blij mee zijn.
  • Maak subpanelen als je denkt dat een en ander toch nog te ingewikkeld wordt. Dit is speciaal aan te raden als er verschillende delen van de yard met verschillende functies zijn.
  • Leg de sporen goed aan. Goed aangelegde sporen maakt hetwerken met een yard plezierig en uitdagend, slecht aangelegde sporenkunnen van een goed ontwerp een operationele nachtmerrie maken.
  • Maak een handout met een beschrijving van de yard. Beschrijf in maximaal twee regels de functie van de verschillende sporen voor nieuwe rangeerders. Dat zal hen helpen zich vertrouwd te maken met de operatie mogelijkheden en zal hen helpen om sneller met de yard te kunnen werken dan wanneer ze alles zelf moeten uitpuzzelen. Die handouts kun je trouwens ook gebruiken om aan bezoekers uit te delen, zodat ze beter in staat zullen zijn om te volgen wat er gebeurt.
  • Ontwerp voor bereikbaarheid. Alles moet van de voorkant, of vanuit een mangat, goed te bereiken zijn. Ontsporende wagons op een plek waar je alleen met een lange stok bijkunt is gegarandeerd een domper op je rangeersessie en die van anderen. Als je op je tenen moet staan en dan de wagons nog net met je vingertoppen kunt aanraken, dan is de bereikbaarheid niet goed genoeg.
  • Plan je sessie vooruit en zorg dat je rangeerteam weet wat er gaat gebeuren, welke treinen in welke volgorde zullen aankomen en met welke tussenpozen. welke typen wagons er in zullen zitten. Dit zal hen in staat stellen om hun werk te plannen en goed uit te voeren. Ze kunnen dan de uitgaande treinen ook goed samenstellen zodat ze gemakkelijk te verwerken zullen zijn.

En hoe zit dat met dubbelsporige ontwerpen?

Alle voorbeelden hierboven zijn gebaseerd op enkelsporige ontwerpen. In het grootbedrijf betekent dubbelspoor vaak dat er eenzelfde yard ook aan de andere kant wordt aangelegd. Zo is er dan eentje voor elke rijrichting. De enige interactie die er dan tussen die twee yards is, is in gevallen waarin wagons weer terug moeten in de richting waar ze vandaan kwamen. Denk aan het terugbrengen van geleegde wagons naar een fabriek nadat ze hun lading hebben afgegeven. Iedere yard heeft dan zijn eigen team, met een overall supervisor die beide yards overziet en bestuurt.

Spoorplannen variëren bij dubbelspoor, maar meestal zie je dat de beide sporen van de hoofdlijn door het midden van de yard gaan, of dat ze splitsen en om hun “eigen yard” heen lopen. De meesten van ons hebben onvoldoende ruimte voor een dubbele yard, we moeten vaak al worstelen om een goed ontwerp voor eentje te maken dat in onze ruimte past. Dus de eerste compressie die we toepassen is dat we maar een yard ontwerpen in plaats van twee, of we nou enkel of dubbelspoor rijden.

De volgende vraag om te beantwoorden is hoe je de yard wilt plaatsen ten opzichte van de sporen van je hoofdlijn. Idealiter laat je de sporen omlopen om de yard heen met AV sporen voor elke richting. Deze AV sporen sluiten  dan allemaal aan op het uithaalspoor of de uithaalsporen. Dit is waarschijnlijk door gebrek aan ruimte niet haalbaar. De tweede vorm van compressie die we toepassen is dan ook dat we beide sporen van de dubbelsporige hoofdlijn langs een zijde van de yard laten lopen, met een paar kruisverbindingen om de AV sporen van de yard vanaf beide hoofdsporenbereikbaar te maken. Zie de afbeelding hieronder:

Website_Yard_Voorbeeld_dubbelspoor

Het is geen ideale oplossing, maar waarschijnlijk wel de meest praktische, die het minste ruimte in de lengte inneemt. (de lengte van twee wissels aan elke kant. Als je de ruimte hebt, leid de hoofdsporen dan om je yard heen en plaats AV sporen aan beide kanten. Als je de yard maakt zoals hier beschreven, leg de hoofdsporen dan aan de achterzijde, zodat een loshangende mouw of elleboog niet in de weg hangt voor het langs denderende verkeer op het hoofdspoor.

Een andere overweging is de eerder besproken dynamische capaciteit om wagons per tijdseenheid af te handelen. Je kunt je voorstellen dat bij een enkele yard aan een dubbelsporige hoofdijn de toevoer van treinen en te classificeren wagons ook twee keer zo groot zou kunnen worden. Zorg er bij je sessies dan voor dat er ook treinen gewoon doorrijden langs de yard.

Om de dynamische capaciteit te verhogen zijn hier een paar tips:

  • Maak de yard tweezijdig, op zijn minst gedeeltelijk en maak aan de andere kant een tweede uithaalspoor, als je de ruimte hebt. Stel een rangeerder aan aan die kant van de yard om al het werk aan die kant van de yard te doen, zoals het koppelen van remwagens of cabooses. Of andere karweitjes die voor de primaire rangeerder te ingewikkeld zouden zijn of te veel tijd vragen. Dit zorgt er voor dat de primaire rangeerder zich volledig op het classificeren kan concentreren. Als je dit tweede uithaalspoor vooziet van een klein extra uithaalspoortje, dan kunnen de grote lijn locomotieven dit tweede uithaalspoor ook gebruiken om hun klaarstaande treinen voor vertrek aan te koppelen.
  • Maak een yard omloop zodat locs van de ene naar de andere kant van de yard kunnen rijden. Een omloopspoortje van redelijke omvang is ook belangrijk, net als een van twee zijden benaderbaar inhaalspoor dat als opstelspoor voor de remwagens kan dienen.
  • Maak meerdere uithaalsporen voor verschillende delen van de yard. Je kunt dan meer tegelijk laten doen. Stel je een uithaalspoor en een wisselstraat voor, voor sporen 1 t/m 5, en zo’n tweede set voor de sporen 6 t/m 10. Zij moeten dan wel een uitwisselspoor hebben tussen de delen in, zodat ze wagons of treindelen kunnen uitwisselen. Dit verdubbelt theoretisch de hoeveelheid werk die kan worden gedaan. Het kan wel lastig zijn om wagons naar de AV sporen te krijgen. De netto winst is dichter in de buurt van 50%, aangenomen dat de verschillende rangeerders goed kunnen samenwerken. Een belangrijk nadeel is dat je in dezelfde ruimte twee teams nodig hebt, die tegelijk aan het werk zijn. Met goede planning is dit wel overkomelijk.

Laatste gedachten

Ik realiseer me dat je om veel van de genoemde concepten toe te passen een heleboel ruimte nodig hebt. De modelbouwer met wat minder ruimte kan toch zijn voordeel doen met de aangedragen ideeën door ze ook in een kleinere yard toe te passen. Misschien heb je geen ruimt voor een remwagen of caboose spoor. Maar een 50cm spoortje als laatste in de eigenlijk yard kan wel 2 of 3 van deze wagens stallen. En de aanlag van een kort omloopspoortje, misschien samen in gebruik met een nabijgelegen industrie gebied(je) geeft weer een boel mogelijkheden erbij binnen beperkte ruimte. Je hoeft niet persé 3 AV sporen aan te leggen, eentje, die tegelijk een zijspoor van de hoofdlijn is, werkt ook, al is het misschien niet ideaal. Maar ongeacht de ruimte, zorg er altijd voor dat je uithaalspoor minstens zo lang is als je langste yard spoor. De truc is om met je eigen creativiteit het meeste uit je beschikbare ruimte te halen.